Minister schrapt minimumbedrag voor splitsing lineaire obligaties

Posted by: Brahim Bénichou

Vanaf 1 oktober 2014 moeten de splitsingsverrichtingen met betrekking tot lineaire obligaties (OLO’s) niet langer slaan op bedragen van 2.000 euro of een veelvoud van 2.000 euro van deze obligaties.

Ontslagnemend minister van Financiën, Koen Geens, heeft deze minimumbedragen voor de splitsing van OLO’s geschrapt via zijn besluit van 4 september 2014 (opheffing art. 5, MB van 12 december 2000).

Lineaire obligaties

Lineaire obligaties zijn overheidsobligaties die worden uitgegeven op middellange, lange of zeer lange termijn. Ze worden uitgegeven in opeenvolgende tranches. OLO’s uit verschillende tranches met eenzelfde rentevoet en eenzelfde vervaldatum vormen één lijn.

Splitsing van OLO’s

Bij de opening van een nieuwe lijn kan de minister van Financiën beslissen dat de OLO’s gesplitst zullen worden in zelfstandige gedematerialiseerde effecten, die men afzonderlijk kan verhandelen. De effecten die ontstaan uit de splitsing van een OLO worden ‘BE-strips’ genoemd.

Alleen de erkende markthouders en de Administratie der Thesaurie mogen aan de Nationale Bank vragen om OLO’s te splitsen.

De minister van Financiën kan het recht op splitsing of wedersamenstelling schorsen om de markt voldoende liquide te houden. Hij kan ook minimum- en maximumbedragen opleggen voor splitsing en wedersamenstelling van OLO’s.

In werking

Het MB van 4 september 2014 treedt in werking op 1 oktober 2014.

Het heft artikel 5 op van het ‘MB van 12 december 2000 betreffende de algemene regels inzake de lineaire obligaties’.

Bron: Ministerieel besluit van 4 september 2014 tot opheffing van artikel 5 van het ministerieel besluit van 12 december 2000 betreffende de algemene regels inzake de lineaire obligaties, BS 23 september 2014.

Zie ook:

Ministerieel besluit van 12 december 2000 betreffende de algemene regels inzake de lineaire obligaties, BS 20 december 2000 – art. 5 (opgeheven vanaf 1 oktober 2014).